Het onderwijs dat wordt gegeven aan de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut vraagt om kwalitatief en kwantitatief hoogwaardige werkruimtes. Uit interne tevredenheidonderzoeken in het verleden is gebleken dat hierin verbetering nodig is. Terugkerende wensen waren: ontmoeting en transparantie, activiteiten zichtbaar maken, behoefte aan eigen identiteit van de afdeling, betere verbinding tussen de gebouwen, betere aansluiting van de functies op de kwaliteit van de ruimte. Meer ruimte is in de afgelopen jaren gerealiseerd op diverse tijdelijke locaties.
De meerwaarde van de situatie waarin de nieuwbouw wordt gerealiseerd, ten opzichte van de huidige situatie kan in een beperkt aantal punten als volgt worden samengevat:
Alle onderwijsafdelingen, werkplaatsen en stafafdelingen bevinden zich in elkaars directe nabijheid. Dit betekent dat iedereen elkaar relatief makkelijk kan terugvinden en dat iedereen in gelijke mate kan beschikken over alle faciliteiten. Het Sandberg Instituut krijgt een eigen herkenbare plek binnen het geheel.
De nieuwe ruimtes worden specifiek gemaakt voor de academie. Er worden hoge ruimtes gecreëerd, die voor een belangrijk deel flexibel indeelbaar en inzetbaar zijn.
Door de opzet van het nieuwe gebouw en de fysieke wijzigingen aan de bestaande gebouwen ontstaan er (nog) meer mogelijkheden om zichtbaar te maken wat er op de academie gebeurt. De grotere zichtbaarheid vergroot ook de aanleiding voor uitwisseling en interactie tussen alle onderwijsafdelingen en tussen bachelor en master.
Het nieuwbouwen op de eigen locatie, dat wordt gefinancierd met een goedkope lening bij het Rijk, levert een gebouw dat voldoet aan de wensen tegen een prijs die de academie zich kan veroorloven. Het feit dat het gebouw eigendom wordt van de academie, in tegenstelling tot het huren van externe ruimte, draagt bij aan het verstevigen van de vermogenspositie van de academie.
In 2011 is de voorbereiding hiervan in gang gezet. Allereerst zijn de uitgangspunten voor het project vastgesteld. Twee belangrijke uitgangspunten zijn het maximaal gebruik maken van de aanwezige kwaliteiten binnen de academie en het bieden van ruimte aan experiment. Deze uitgangspunten hebben geleid tot de keuze om een interne ontwerpcompetitie op te zetten onder de noemer Gerrit & Willem Do-It-Yourself, waarin teams van studenten, docenten en alumni in de gelegenheid werden gesteld een ontwerpvoorstel te doen. Begin 2012 heeft deze competitie geleid tot de keuze van een winnend ontwerpteam. Eveneens in 2012 is het programma van eisen opgesteld in overleg met de organisatie. In 2013 is het projectteam verder geprofessionaliseerd, doordat het interne ontwerpteam een samenwerking is aangegaan met een architectenbureau. Daarnaast is er een bouwmanagementbureau geselecteerd en is de keuze gemaakt voor een uitwerking in een zogenaamd ‘traditioneel’ projectorganisatie model.
De organisatie heeft door het uitbrengen van hun stem bepaald welk ontwerp en welk ontwerpteam werd gekozen. Vervolgens is het programma van eisen persoonlijk afgestemd met vertegenwoordigers van elk organisatieonderdeel. Daarna is de indeling van de gebouwen gebaseerd op de inbreng die de onderwijsafdelingen daarvoor hebben gegeven. En de uitwerking van de plannen wordt steeds in nauwe directe samenwerking met de gebruikers van het betreffende gebouwdeel ter hand genomen.
De alternatieven voor nieuwbouw op eigen locatie zijn goed afgewogen, maar bleken allemaal niet haalbaar. De opties die zijn onderzocht bestonden uit:
het huren of kopen van de benodigde extra ruimte in een bestaand gebouw, waarbij is uitgegaan van het zoeken naar gebouwen in de directe omgeving van het Rietveldgebouw.
het onderbrengen van alle activiteiten van de academie in een ander gebouw.
De laatst genoemde optie is onderzocht in 2009-2010 toen werd overwogen om te verhuizen naar het voormalige GAK-gebouw. Dit gebouw bleek echter niet aan de eisen te voldoen. Ook is het zeer duidelijk geworden dat het de uitdrukkelijke wens is van de academiegemeenschap om in het Rietveldgebouw te blijven. De eerste optie bleek niet geschikt vanwege verschillende redenen. Zo komt in veel gevallen de bestemming die de eigenaren van de gebouwen hebben niet overeen met een (kunst)onderwijsfunctie. De ligging van de academie op de Zuidas is kostbaar en de huurprijs bij omringende kantoren ligt hoog. Alternatieve locaties die mogelijk wel betaalbaar zouden zijn, liggen ver weg van de huidige locatie of moeten via een antikraakcontract worden gehuurd. De tijdelijkheid van antikraakhuren brengt echter veel onrust, extra werk en kosten met zich mee. Een laatste moeilijkheid zijn de specifieke ruimtewensen van de academie. De houtwerkplaats, de assemblagehal, opnamestudio en het auditorium zouden moeilijk of niet in bijvoorbeeld een standaard kantoorgebouw kunnen worden ondergebracht.
Ten aanzien van de financiën voor het nieuwbouwproject is een zorgvuldige afweging gemaakt. Diverse alternatieven voor het oplossen van het ruimtetekort van de academie zijn onderzocht, er zijn meerjarenbegrotingen en -balansen opgesteld en bestudeerd. Er is een vergelijking gemaakt tussen de kosten voor huisvesting van de academie in de huidige situatie en die in de toekomstige situatie met gerealiseerde nieuwbouw. Uiteraard is er goed nagedacht over de wijze van financiering van het project. Ook is de ontwikkeling van de financiële positie van de academie bij het realiseren van het project in beeld gebracht. Uit al deze analyses is gebleken dat de keuze voor het realiseren van nieuwbouw verantwoord is. Binnen de projectstructuur wordt de ontwikkeling van de kosten van het project bewaakt.
Wanneer je hierover meer informatie wilt hebben, kun je het dossier inzien. Het document met de financiële onderbouwing op het project kun je inzien bij het secretariaat. Mail voor een afspraak naar secretariaatcvb@rietveldacademie.nl